FCI Standaard Nr: 231

Rasgroep 9

Rasbeschrijving:

De Tibetaanse Spaniël is een kleine, rechthoekige hond, vrolijk en zelfverzekerd, maar ietwat gereserveerd tegenover vreemden.

Hoofd: klein in verhouding tot het lichaam, maar trots gedragen. Het onderscheid tussen reu en teef moet opvallend zijn. Licht gewelfde schedel, lichte stop, middelmatig lange voorsnuit, stomp, met gevulde kussenachtige bovenlippen zonder rimpels. Brede kin. Bij voorkeur een zwarte neusspiegel.

Ogen: donkerbruin, ovaal, middelgroot en vol uitdrukking. Ze moeten goed uit elkaar geplaatst zijn en naar voren gericht met zwarte oogranden.

Oren: middelgroot, hangend, tamelijk hoog aangezet, met rijke bevedering. Worden bij luisteren iets van de schedel opgetild.

Gebit: licht ondervoorbijtend, tanden en tong moeten door de lippen bedekt worden.

Hals: tamelijk kort, sterk en met manen bedekt, bij reuen meer uitgesproken dan bij teven.

Lichaam: rechthoekige,  goed ontwikkelde borstkas, rechte rug.

Ledematen: middelgrove botten, goede hoeking van schouder en opperarm, de onderarmen zijn licht gebogen. Krachtige achterbenen, matige hoeking. Lage, evenwijdige sprongen.

Voeten; klein en welgevormd, zogenaamde hazevoeten, met franje tussen de tenen, die bij voorkeur langer is dan de voeten.

Staart: hoog aangezet, met een weelderige pluim en trots over de rug gedragen.

Gangwerk: snel, vrij, evenwijdig.

Vacht: zijdezacht dekhaar, glad op gezicht en voorbenen. Middelmatig lang op het lichaam , maar tamelijk vlak liggend. Dicht en fijn  onderhaar. Weelderige franje en bevedering.

Kleur: alle kleuren en combinaties van kleuren zijn toegestaan.

Schofthoogte: om en nabij de 25,5 cm

Gewicht: ca. 4,o tot 7,0 kilo.